Gebruik de wet van Ohm calculator van Digi-Key om de relaties tussen stroom, spanning, weerstand en vermogen in eenvoudige resistieve circuits te berekenen.

Voer ten minste twee invoerwaarden in en klik op berekenen om de resterende waarden op te lossen. Reset de rekenmachine na elke berekening voor de beste resultaten.

De wet van Ohm uitgelegd

De wet van Ohm zegt dat het spanningsverschil tussen twee punten, de elektrische stroom die ertussen vloeit, en de weerstand van de weg van de stroom evenredig zijn en aan elkaar gerelateerd zijn.

De wet van Ohm legt de relatie tussen spanning, stroom en weerstand uit door te stellen dat de stroom door een geleider tussen twee punten direct evenredig is met het potentiaalverschil over de twee punten.

Dit kan wiskundig worden uitgedrukt in de volgende vergelijkingen in termen van V het spanningsverschil, I de stroom in ampère, en R de weerstand in ohm.

In de praktijk betekent dit dat de stroom die door een apparaat met twee aansluitingen loopt, zoals een weerstand met een vaste weerstandswaarde, rechtstreeks verband houdt met het spanningsverschil dat over de aansluitingen wordt aangelegd.

De wet zegt dat .Dat betekent dat bij een gegeven constante spanning, een hogere weerstand een lagere stroom met zich meebrengt. En het omgekeerde is ook waar, voor dezelfde constante spanning zou een lagere weerstand een hogere stroom betekenen.

Voorbeelden

De spanning V in volt (V) is gelijk aan de stroom I in ampère (A) vermenigvuldigd met de weerstand R in ohm (Ω):

Voor een circuit met een weerstand van 5 ohm (Ω) dat een stroomsterkte van 3 ampère (A) nodig heeft om te functioneren, zou de vereiste spanning dus 15 V zijn.

Het door de schakeling gedissipeerde vermogen kan ook worden gevonden met behulp van de waarden in de wet van Ohm. Bijvoorbeeld, het vermogen P in watt (W) is gelijk aan de spanning V in volt (V) maal de stroom I in ampère (A):

Voor een stroomkring met 20 volt (V) en een stroomsterkte van 2 ampère (A) bedraagt het totale vermogen 40 watt (W).

Spanning (V) Stroom (I) Weerstand (R) Weerstandscircuit
×